Governance and Global Affairs Blog

Experimenteren met overheidsbeleid

Experimenteren met overheidsbeleid

De overheid probeert in Nederland regelmatig te experimenteren met nieuwe beleidsmaatregelen. Deze experimenten voldoen vaak niet aan wetenschappelijke richtlijnen, waardoor we geen uitspraken kunnen doen over het daadwerkelijke causale effect van beleid.

Experimenten in de publieke sector

Experimenten in de publieke sector zijn booming business. Alleen al in het regeerakkoord van Rutte-III staan meerdere experimenten die in de komende jaren gestart moeten worden. De bekendste is het experiment met legale wietteelt, maar ook rond scholing van arbeidsongeschikten en met de komst van een schuldenrechter zal geëxperimenteerd worden. Experimenteren met beleid is een trend. Alleen al in het onderwijs zagen we de afgelopen jaren meerdere experimenten voorbijkomen. In 2012 werd bijvoorbeeld een experiment gestart waardoor universiteiten en hogescholen een deel van hun financiering konden verdienen door bepaalde streefdoelen te halen (de zogenoemde prestatieafspraken). Daarnaast loopt er op dit moment nog een experiment om promovendi als studenten aan te nemen, en hen een beurs te geven in plaats van salaris. En ook onze universiteit, de Universiteit Leiden, experimenteerde met het wegsturen van studenten na hun tweede jaar als ze te weinig studiepunten hadden gehaald (een experiment dat overigens voortijdig gestopt is).

In andere sectoren wordt ook volop geëxperimenteerd. Op lokaal niveau zijn er gemeentes die willen experimenteren met nieuwe vormen van bijstand, bijvoorbeeld door mensen een onvoorwaardelijk basisinkomen te geven. En onlangs zijn zes gemeentes onder leiding van de landelijke regiegroep voetbalveiligheid een experiment gestart met verminderde politie-inzet bij voetbalwedstrijden. Niets mis mee, al die experimenten, zou je op het eerste oog zeggen. Toch is voorzichtigheid geboden als we het hebben over de effecten van deze experimenten. Het is een populair begrip dat op verschillende manieren wordt geïnterpreteerd.

Experimenten volgens de wetenschap

In de wetenschap spreekt men pas van een zuiver experiment als de studie voldoet aan een aantal belangrijke kenmerken, te weten: een experimentele- en controle groep, een experimentele stimulus (of manipulatie), een voor- en een nameting, en randomisatie. Personen die deelnemen aan een experiment worden allereerst willekeurig (at random) verdeeld over twee groepen: de experimentele groep en de controle groep. Vervolgens ondergaat de experimentele groep de stimulus (de manipulatie die een verandering teweeg moet brengen bij de proefpersonen) en de controle groep niet.  Om het effect van de stimulus te bepalen, wordt bij beide groepen een voor- en nameting gehouden. Pas als een studie aan al deze kenmerken voldoet, weet je zeker dat de proefpersonen door niets anders dan de stimulus worden beïnvloed, en dus dat het experiment vrij is van invloeden van buitenaf. Met een experiment kunnen we dus testen of er een causaal verband (oorzaak-gevolg relatie) is, waarbij de manipulatie invloed heeft op datgene wat we willen beïnvloeden.

Naar betere experimenten in de publieke sector

Veel experimenten in de publieke sector voldoen echter niet aan deze vereisten. Vaak vindt er geen voormeting plaats, wordt geen gebruik gemaakt van een controle groep, en/of worden proefpersonen niet willekeurig geselecteerd. In de publieke sector spreekt men vaak al van een experiment wanneer enkel het beleid wordt gemanipuleerd. Binnen het experiment ‘prestatieafspraken’ maakt de regering bij wijze van experiment, gedurende een periode van zes jaar, zeven procent van de financiering van hogescholen en universiteiten afhankelijk van hun prestaties. Het experiment wordt echter gehouden onder alle Nederlandse universiteiten en hogescholen, wat betekent dat de controle groep ontbreekt. Daardoor kunnen andere verklaringen die mogelijk van invloed zijn op de prestaties van universiteiten niet uitgesloten worden.

Zouden er dan helemaal geen experimenten meer gedaan moeten worden door de overheid? Nee, want het kan juist goed zijn om nieuw beleid eerst op kleine schaal uit te proberen voordat het ingevoerd wordt. Tegelijkertijd dient er zorgvuldig te worden omgegaan met de term ‘experiment’. Het kan burgers het idee geven dat beleid volgens wetenschappelijke standaarden getoetst is en het daarom ook het beste beleid is. De manier waarop er nu geëxperimenteerd wordt, staat in veel gevallen echter niet toe dat we uitspraken kunnen doen over causaliteit. Of de prestatieafspraken in het hoger onderwijs echt tot een verbetering van het onderwijs hebben geleid, is niet te stellen. Als de overheid echt geïnteresseerd is in evidence based beleid, dan zal men meer rekening moeten houden met de wetenschappelijke richtlijnen voor experimenten. Onze boodschap: overheid, pas op met de term experiment en denk tegelijkertijd goed na over de opzet van experimenten in de publieke sector.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments