Governance and Global Affairs Blog

Inspectiebeleid in slachthuizen: risico’s minimaliseren is het maximale wat je kan doen

Posted on in
Inspectiebeleid in slachthuizen: risico’s minimaliseren is het maximale wat je kan doen

Heb je de beelden uit het ‘horrorslachthuis’ in Tielt gezien, dan staan deze waarschijnlijk op je netvlies gegrift. De maatschappij wil 100% zekerheid dat dit soort misstanden niet gebeuren. Begrijpelijk, maar helaas een utopie.

Heb je de beelden uit het ‘horrorslachthuis’ in Tielt gezien, dan staan deze waarschijnlijk op je netvlies gegrift. Dieren met gebroken poten die door het slachthuis worden gesleept en levende varkens schreeuwend aan de haken terwijl hen de keel wordt doorgesneden. De beelden hebben de roep om extra controles in Nederlandse slachthuizen nieuw leven in geblazen. Na soortgelijke incidenten heeft de NVWA de laatste jaren grote stappen gezet in haar handhavingsbeleid. De maatschappij wil 100% zekerheid dat dit soort misstanden niet gebeuren. Begrijpelijk, maar helaas een utopie. Hier zien we een spanning ontstaan tussen efficiënt inspectiebeleid, gericht op het verminderen van de lastendruk, en zero tolerance vanuit de publieke opinie.

Ontwikkelingen
Circa 10 jaar geleden werd de NVWA  geconfronteerd met misstanden op dierenwelzijnsgebied. Het meest illustrerende voorbeeld is misschien wel de vrachtwagen die in Duitsland aan de kant werd gezet omdat het bloed uit de wagen op het wegdek liep. Naar bleek, was de wagen overbeladen en de varkens hadden elkaar zeer ernstige bijtwonden toegebracht (Volkskrant, 2007). De discussie verschoof meteen ook richting het functioneren van de slachthuizen. Na het lekken van een intern NVWA rapport over misstanden in slachthuizen werd de commissie Hoekstra ingesteld om te bepalen of dit rapport een goed beeld gaf van de werkelijke situatie in slachthuizen.  De commissie bevestigde het beeld, maar kon de mate waarin dit gebeurde niet vaststellen. De (Belgische) Auditcommisie Vanthemsche werd met de taak belast om dit inzichtelijk te maken.

Gezien de recente gebeurtenissen, is het misschien wel poëtisch te noemen, dat een auditcommissie uit België een van de belangrijkste impulsen gaf voor de ontwikkeling van het handhavingsbeleid binnen de NVWA.  Vanthemsche (2008) constateerde een gebrek aan mankracht, handhaving en opleiding van inspecteurs. In 2011 evalueerde de commissie de veranderingen die aan de hand van dit rapport waren ingezet. Vanthemsche concludeerde dat er grote voorderingen waren gemaakt, maar dat de inspectie en handhaving in middelgrote en kleine slachthuizen nog onvoldoende was. In 2014 bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid een ander, groot, rapport uit over risico’s in de vleesketen. Het onderzoek bracht één van de belangrijkste onbedoelde gevolgen van het overheidsbeleid aan het licht: de verschuiving van een deel van de verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid naar de bedrijven bracht een risico met zich mee omdat bedrijven economische factoren zwaar laten wegen. Naar aanleiding van het rapport heeft de NVWA stappen gezet om de handhaving verder te uniformeren en te verscherpen met verbeterplannen die in de verschillende vleesketens recent zijn geïmplementeerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Door de jaren heen is er aandacht geweest voor de verscherping van het handhavingsbeleid. Dit werd getriggerd door verschillende incidenten. Incidenten, als in Tielt, brengen altijd de roep voor meer controles met zich mee. En begrijpelijk, maar waar we ons van bewust moeten zijn is dat op dit moment het inspectiebeleid in Nederland gericht is op een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en bedrijfsleven. Controles vanuit de overheid gebeuren voor de slacht, tijdens de slacht en na de slacht. In de grote slachthuizen is er zelfs permanent toezicht van soms meerdere inspecteurs. En alle dieren moeten voor de slacht gecontroleerd worden door een inspecteur. Maar bedrijven hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid met het opstellen, beheren en controleren van hun eigen interne kwaliteitsbeleid. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid komt voort uit beleid ‘minder last, meer effect’ dat in 2005 is ingezet om de lastendruk door inspecties voor burgers, bedrijfsleven en organisatie te verlagen. En natuurlijk de kosten van inspectie te reduceren. Hier ontstaat de spanning tussen het efficiënte (gezamenlijke) inspectiebeleid, gericht op het verminderen van de lastendruk, dat de overheid voert en zero tolerance vanuit de publieke opinie die vooral de NVWA als verantwoordelijke ziet.

Risico’s minimaliseren
Zero-tolerance voor dit soort incidenten is een belangrijk uitgangspunt, maar mag niet verward worden met de utopie dat we alle risico’s door overheidscontrole kunnen uitbannen. Aan het eind van de dag kunnen de inspecteurs niet achter iedere slachthuismedewerker staan om elke handeling te controleren. De gedeelde verantwoordelijkheid voor voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn met het bedrijfsleven kan inderdaad die efficiëntie slag maken, maar brengt ook het risico mee dat bedrijven hun economische belangen laten prevaleren. Inspectie en handhaving in alle onderdelen van het proces zijn belangrijk om de risico’s te minimaliseren. Het paradoxale in dit verhaal is echter dat áls de economische belangen maar groot genoeg zijn (ten opzichte van de overtreding) dit risico verder geminimaliseerd wordt, maar uitsluiten kan je niks.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments