Governance and Global Affairs Blog

Inspraakavond gemeenten blijft heikel punt

Inspraakavond gemeenten blijft heikel punt

In juni 2017 trad Armin van Buuren op in Leiden; dit keer zonder muziek. Zijn discussie met de wethouder over het nieuwe busstation maakt opnieuw duidelijk dat burgerparticipatie niet vanzelf gaat.

Eén van Nederlands grootste dj’s stond begin juni 2017 volop in de mediabelangstelling. Niet vanwege een groots concert, nieuw album of gewonnen prijs. Nee, Armin van Buuren nam deel aan een inspraakavond over het nieuwe busstation in ‘zijn’ Leiden. Voor veel media was zijn aanwezigheid reden om te berichten over de inspraakavond. Een avond die niet helemaal zonder slag of stoot verliep: de gemoederen liepen al snel op tussen de bewoners aan de ene kant en de wethouder aan de andere kant. Wat deze casus echter zo interessant maakt voor mij, is niet dat Armin van Buuren het woord nam (sorry Armin), maar dat dit voorbeeld opnieuw pijnlijk duidelijk maakt hoe lastig het in veel Nederlandse gemeenten blijkt om burgerparticipatie echt van de grond te krijgen.

 

 

Ruimte voor burgers

De Nederlandse democratie is gebouwd op het idee van representativiteit: burgers mogen eens in de vier jaar naar de stembus en daarna nemen politici/bestuurders de beslissingen. Hoewel dit op het oog een efficiënte manier van besluitvorming lijkt, kleven er ook nadelen aan. Zo kan het vertrouwen van burgers in politici dalen wanneer zij het gevoel hebben dat niet naar hen geluisterd wordt, voelt het weinig democratisch wanneer burgers gedurende vier jaar niets mogen inbrengen en leiden mondige burgers soms tot ‘oponthoud’ in de besluitvorming wanneer zij door middel van juridische procedures na afloop alsnog proberen hun mening kenbaar te maken.

 

Mede vanuit deze gedachten kwamen in de jaren 90 tal van initiatieven op gang om de lokale democratie te versterken. Het idee van de participatieve democratie, waarbij burgers naast de stembusgang ook tijdens de besluitvorming van concrete plannen betrokken worden, werd langzaamaan gemeengoed. De vele initiatieven verschillen echter sterk in de manier en het moment waarop burgers betrokken worden. Neem bijvoorbeeld bovengenoemde inspraakavond en zogenoemde ‘wijkbudgetten’. Terwijl bij inspraakavonden burgers vaak gevraagd worden om te reageren op concrete plannen die al op tafel liggen, kunnen zij bij wijkbudgetten die plannen nog helemaal zelf ontwikkelen. Gemeenten dragen de besluitvormingsbevoegdheid over aan burgers en faciliteren hen daarna zodanig dat ze zelf hun plannen kunnen uitvoeren. Los van deze verschillen delen de initiatieven één doel: de overheid bij de burger brengen. Een betrouwbare overheid luistert immers naar haar burgers en biedt hen ruimte om mee te denken, doen en beslissen.

 

 

Weerbarstige praktijk

De praktijk blijkt echter vaak lastiger dan gedacht. Bij wijkbudgetten ontstaan zorgen als: zijn alle burgers wel in staat om een dergelijke verantwoordelijkheid te dragen en zijn de deelnemers wel representatief voor de wensen van de medewijkbewoners? Dat laatste is ook een punt van zorg bij inspraakavonden, zeker wanneer blijkt dat het vooral de spreekwoordelijke ‘blanke man van middelbare leeftijd’ is die aanschuift. Daarnaast is de opkomst bij inspraakavonden vaak laag en monden goedbedoelde discussies nog wel eens uit in verhitte discussies waar uiteindelijk niemand echt iets mee opschiet.

 

Om terug te komen op het voorbeeld van de Leidse inspraakavond: volgens de berichtgeving liepen ook hier de gemoederen hoog op en dat kwam niet doordat Armin van Buuren een stevige plaat had opgezet. Wie de discussies in de verschillende mediaberichten een beetje volgt, voelt al snel het wantrouwen tussen burgers en gemeente. Zij lijken niet echt mét elkaar te praten, maar meer de verwijten óver elkaar uit te strooien. Net als bij vele andere inspraakavonden verwijten burgers de gemeente dat deze ‘geen visie heeft’ en ‘toch niet wil luisteren’, terwijl de gemeente maar probeert uit te leggen dat ze ‘echt openstaat voor de mening van haar burgers’. En het resultaat van de avond? Iedereen gaat gefrustreerd naar huis en niemand weet nu echt wat besloten moet worden.

 

Tips

Om mijn blog niet somber te eindigen, wil ik vanuit de wetenschap drie tips geven om gemeenten en burgers in de toekomst te helpen burgerbetrokkenheid te vergemakkelijken. Tip 1: start burgerparticipatie altijd vanuit de gedachte dat je dit echt wilt en niet vanuit een situatie van onbegrip of vastgelopen besluitvorming. Vaak zijn de eerste plannen al ontwikkeld en wanneer vervolgens blijkt dat deze op weerstand stuiten (bij burgers en/of gemeenteraad) wordt ‘maar besloten om iets met burgers te doen’. Hierdoor ontstaat al snel het gevoel dat de burgerparticipatie niet oprecht is en weinig zin heeft: de plannen liggen er toch al? Tip 2: laat zowel politici als burgers niet eindeloos hun eisen en wensen opsommen, maar bedenk je dat je samen aan een oplossing werkt. Voor die oplossing deel je samen de verantwoordelijkheid en alleen door een goede, professionele dialoog kom je verder. Tip 3: zorg dat betrokkenen alle relevante (begrijpelijke!) informatie hebben, duidelijkheid bestaat over de mogelijkheden en helder is waar burgers nog precies invloed op kunnen hebben. Zeker in deze tijd zijn overheidsmiddelen niet onbeperkt en soms is het heel begrijpelijk dat bepaalde onderdelen van het proces niet meer openstaan voor discussie. In een open, eerlijk burgerparticipatietraject hebben burgers hier heus begrip voor. Maar, zo’n traject gaat niet vanzelf: het vereist inzet van politiek, bestuur én burgers!

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments