Governance and Global Affairs Blog

Student Perspective: lobbyisten

Posted on in
Student Perspective: lobbyisten

Student Perspectief: Waarom zijn lobbyisten in sommige omstandigheden wel invloedrijk, en hebben zij op andere momenten weinig tot geen impact op politiek beslissingen. Zie hier het antwoord.

Felix van der Velde-  De invloed van lobbyisten: groot of gering?

Noortje van Esch -  De werkelijke invloed van lobbyen

Michiel Steegers - De Haagse politiek aan het toneel?

Leonor Corte Real - De impact van lobbyisten

Daniel Leseman -  De realiteit van bestuurlijke invloed

 

De invloed van lobbyisten: groot of gering?
Felix van der Velde

Er ontstaat nogal eens een discussie als het gaat over de vraag hoe invloedrijk lobbyisten nou daadwerkelijk zijn. De een zegt dat hun invloed zeer groot is, de ander betwijfelt dat en weer een ander weet het antwoord simpelweg niet. In deze blogpost wil ik aantonen dat deze vraag over invloed nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden is en beide standpunten te onderbouwen zijn met argumenten. Want wat zegt de wetenschap nu eigenlijk over de invloed van lobbyisten? Is er wel consensus onder wetenschappers over de mate van invloed van lobbyisten?

Grote invloed…?

Een van de verklaringen voor een grote invloed van lobbyisten betreft het grote netwerk dat sommige lobbyisten hebben. Als je als lobbyist persoonlijk politici en beleidsmakers kent die de positie hebben om beleid daadwerkelijk te veranderen, zal het makkelijker worden om invloed uit te oefenen, vanwege die rechtstreekse contacten. In Nederland geldt die misschien nog wel meer dan in andere landen omdat Nederland, zoals de auteurs van het boek Lobbyland terecht opmerken, een ‘polderdemocratie’ is, die rust op overleg met personen die elkaar goed kennen (Huisman en Kortweg, 2017). Daarnaast zijn veel lobbyisten in hun vorige baan actief geweest in de politiek -denk aan ex-minister Verhagen van Bouwend Nederland- en andersom staan er ook lobbyisten op kandidatenlijsten voor de verkiezingen (Idem) –denk hierbij aan de ex-voorzitter van de VNG, het Eerste Kamerlid Jorritsma.

Een andere verklaring voor een grote invloed van lobbyisten betreft voornamelijk de lobby van bedrijven. Bedrijven hebben namelijk een speciale en sterke positie in het lobby-spectrum, omdat zij kunnen bepalen waarin zij investeren, namelijk in zaken die hun belangen het best dienen en logischerwijs niet in zaken die hun belangen schaden (Dur, 2008). Willen politici herkozen worden, dan is het vaak van belang dat er een goed ondernemingsklimaat en economische voorspoed heerst. Zo gebeurt het, dat politici beleidsvoorstellen doorzetten die ten goede komen aan de bedrijven met grote belangen (Idem). Zeker als bedrijven eensgezind zijn, hebben zij veel macht ten opzichte van bijvoorbeeld vakbonden of burgers, onder andere door hun grote financiële middelen (Rasmussen, 2014). Dit verklaart ook veel van de situatie omtrent de recent veel in het nieuws gekomen kwestie van de dividendbelasting. Vanuit de oppositie, deskundigen en de publieke opinie is er erg veel kritiek op het feit dat het kabinet de dividendbelasting gaat afschaffen (NOS, 2017 I; Visser, 2017), een maatregel die ervoor zorgt dat de schatkist jaarlijks 1,4 miljard euro misloopt.  Deze maatregel heeft in geen van de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen gestaan. Echter, door de druk van een paar grote bedrijven, aangevoerd door Shell en Unilever (NOS, 2017 II), is de maatregel toch aangekondigd in het regeerakkoord. Dit voorbeeld laat dus duidelijk de machtige positie van bedrijven in het beleidsproces zien.

…Of geringe invloed?

Een eerste verklaring voor een geringe invloed van lobbyisten is te vinden in het idee dat de status-quo altijd overheerst in het beleidsproces, dat wil zeggen dat het bestaande beleid altijd voortgezet zal worden of dat via een incrementeel proces hooguit kleine wijzingen in het beleid plaatsvinden (Baumgartner et al., 2009). Hierdoor is het voor lobbyisten die de status-quo willen veranderen erg moeilijk om successen te boeken, zelfs als zij hier veel geld in steken en gebruikmaken van de nieuwste lobbytechnieken, blijkt uit het Amerikaanse onderzoek van Baumgartner. De status-quo is beter georganiseerd, omdat het letterlijk de gevestigde orde is; het is erg lastig om door die vestiging heen te breken.  Dit verklaart bijvoorbeeld waarom de lobbycampagnes van Wakker Dier, met hun strijd tegen de veehouderij, zo weinig succes lijken te boeken. Zij wijken af van de status quo -Nederland doet van oudsher veel aan veehouderij- en hebben dus geringe invloed.

Een tweede verklaring voor een geringe invloed van lobbyisten, heeft te maken met een overvolle beleidsagenda. Lobbyisten kunnen simpelweg niet altijd hun beleidsvoorstel op de agenda krijgen, omdat die agenda simpelweg te vol zit. Immers, een lobbyist heeft de concurrentie van allerlei andere lobbyisten en vaak komen er ook zaken geheel onverwachts op de agenda (Lowery, 2013). Denk hierbij aan terreuraanslagen, of sombere cijfers over de werkgelegenheid. Zo kan het dus zijn dat het voorstel van een lobbyist de beleidsagenda in eerste instantie lijkt te halen, maar dit door een plotselinge gebeurtenis weer ongedaan wordt gemaakt.

De invloed van lobbyisten: soms groot, soms gering, altijd ongewis?

Uit de argumenten die hierboven zijn opgesomd en onderbouwd zijn door wetenschappelijke literatuur, blijkt dat lobbyisten zowel een grote als een kleine invloed kunnen hebben en dat de mate van invloed door allerlei zaken wordt bepaald. Er is dus geen eenduidig antwoord op de vraag of lobbyisten een grote of een geringe invloed hebben. Afsluitend hoop ik echter wel dat deze blogpost u als lezer heeft geprikkeld om na te denken over de mate van invloed van lobbyisten.

 

Referenties

Baumgartner, F., Berry, J., Hojnacki, M., Kimball, D.C., and Leech, B. (2009) Lobbying and Policy Change. Chicago University Press, Chicago; p.p. 241-243.

Dur, A. (2008). Interest Groups in the European Union: How Powerful Are They? West European Politics, 31(8), 1212-1230; p.p. 1222-1223

Huisman, E.,   Korteweg, A. (2017, 23 januari) Kamerleden niet bewust van invloed lobbyisten. De Volkskrant. Geraadpleegd op: https://www.volkskrant.nl/opinie/kamerleden-niet-bewust-van-invloed-lobbyisten~a4451915/

Lowery, D. (2013). Lobbying influence: Meaning, measurement and missing. Interest Groups and Advocacy, 2(1), 1-26; p. 10

NOS . (2017, 8 november). Woedende oppositie wil tekst en uitleg over dividendbelasting. Geraadpleegd op: https://nos.nl/artikel/2201895-woedende-oppositie-wil-tekst-en-uitleg-over-dividendbelasting.html

NOS. (2017, 15 november). 'Shell en Unilever hebben voor afschaffing dividendbelasting gelobbyd'. Geraadpleegd op: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2201913-shell-en-unilever-hebben-voor-afschaffing-dividendbelasting-gelobbyd.html

Rasmussen, M. K. (2014). The Battle For Influence: The Politics of Business Lobbying in the European Parliament. Journal of Common Market Studies, 53(2), 365-382; p.p. 3-4

Visser, M. (2017, 8 november). Welke harde noten kraken tien professoren over dividendbelasting? De Telegraaf. Geraadpleegd op: https://www.telegraaf.nl/financieel/1079511/welke-harde-noten-kraken-tien-professoren-over-dividendbelasting

 

De werkelijke invloed van lobbyen
Noortje van Esch

Het werd tijdens de Amerikaanse verkiezingen van vorig jaar constant aangehaald: ‘de politiek is een machtsspel tussen de aller rijkste en machtigste organisaties.’ Ook in Nederland is dit een steeds vaker besproken dilemma. De Haagse gangen worden overspoeld door lobbyisten van grote en kleine organisaties met het doel hun belangen door te laten lopen in het beleid. De media is het erover eens, deze lobbyisten hebben veel invloed en laten zo de belangen van de grootste en rijkste duidelijk verwerken in het beleid.  De wetenschap is er echter nog niet over uit. Hebben deze lobbyisten wel zoveel macht als de media laten vermoeden of is ligt het laatste woord nog steeds bij de politici?

De wetenschap komt met tegenstijdige uitkomsten. Volgens onderzoek van Michalowitz (2007) is de invloed van lobbyisten meer schijn dan werkelijkheid. Het is menselijk gedrag om anderen op te zoeken die gelijke meningen hebben, dit gebeurt dus ook tijdens het lobbyen. De politici die standpunten hebben die het meest aansluiten bij het belang dat vertegenwoordigd moet worden zullen benaderd worden. Dit betekent dus dat een lobbyist niet de mening van een politicus verandert maar simpelweg aansluiting zoekt bij de politicus die al beleid wilde maken wat aansluit bij de belangen van de organisatie. Een voorbeeld hiervan is de discussie rondom het Zuiderstrandtheater.  Er is een plan van de Gemeente om hier woningen te gaan bouwen maar er is een lobbybeweging opgang gekomen die dit probeert tegen te gaan. Ze hebben steun gezocht bij de VVD die eerder al duidelijk liet weten deze bouwplannen niet te steunen. Op 18 februari liet de lokale VVD dan ook weten de lobby steun te willen bieden om het theater te laten voortbestaan (Dagblad 070, 2018).

Een van de redenen waarom de wetenschap met zoveel tegenstrijdige bevindingen komt is omdat de invloed van de lobby moeilijk te meten is. Dit probleem is ook terug te vinden in de Initiatiefnota van de leden Bouwmeester en Oosenbrug (2015) waarin wordt aangegeven dat het heel lastig te achterhalen is welke informatie er op welke manier en op welk moment gebruikt wordt. Dit betekent dus dat het moeilijk is om duidelijk te krijgen of de lobby echt een grote invloed heeft op het besluitvormingsproces. 

Het kan door dit gebrek aan kennis natuurlijk ook betekenen dat de invloed van lobbyisten onderschat wordt. Een manier waarop het makkelijk is om de invloed van lobbyisten te missen is door hun investeringsmacht. Dit blijkt uit het hele spektakel rond de dividendbelasting. Uit vertrouwelijke stukken van Shell blijkt dat ze al vroeg hebben gepleit voor het afschaffen van de dividendbelasting. Deze stukken zouden eigenlijk niet openbaar gemaakt mogen worden maar dit is toch gebeurt. Hierdoor blijkt dat Shell, die met haar meer dan 11.000 banen in Nederland, een flinke lepel in de pap heeft als het gaat om besluitvorming (NRC, 2017). Hier zou men niet achter zijn gekomen als die stukken niet naar buiten waren gekomen.

Als laatste moet er aangekaart worden dat lobbyisten een belangrijke bron van macht in hun informatie kunnen vinden. Zij zijn vaak veel beter geïnformeerd dan politici en kunnen op deze manier de politici door middel van informatie sturen. Dit kan zijn door het geven van de informatie die ervoor zal zorgen dat er actie ondernomen gaat worden of het achterhouden van informatie zodat het probleem op een gunstigere manier gezien wordt (Potters & van Winden, 1992). Bij de discussie rond het tijdelijk verhogen van de rekenrente voor pensioenfondsen is het goed te zien dat de informatie van belangengroepen en hun lobby een beslissende factor kunnen zijn. Zo bleek er uit onderzoek van CNV dat de koopkracht van gepensioneerden weer achteruit gaat. Door dit onderzoek wordt het duidelijk voor de politiek dat er een serieus en acuut probleem heerst (du Pré, 2018).

Aangezien er weinig wetenschappelijk materiaal bestaat is het lastig om een hard antwoord te geven op de vraag of lobbyen daadwerkelijk veel invloed heeft op het besluitvormingsproces. Toch kan er aan de hand van praktijkvoorbeelden gezegd worden dat dit wel het geval is. Een van de meest duidelijke voorbeelden is de dividendbelasting. Dit was een plan wat door geen enkelen partij genoemd werd tijdens de verkiezingen en toch kwam het wetsvoorstel heel snel na de formatie. Het blijkt dat het invloedrijke Shell duidelijk heeft aangegeven hoe ze over de dividendbelasting dankt. Dit kan bijna niet anders dan dat er een geslaagde en invloedrijke lobby van Shell heeft plaatsgevonden.

Referenties

Boumeester, L. T., & Oosenburg, R. F. A. (2015). Initiatiefnota van de leden Bouwmeester en Oosenbrug: «Lobby in daglicht: luisteren en laten zien». Geraadpleegd van https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D51222

Dagblad 070. (2018, 18 februari). VVD zet lobby kracht bij voor Zuiderstrandtheater. Dagblad 070, p. 1. Geraadpleegd van https://dagblad070.nl/vvd-zet-lobby-kracht-zuiderstrandtheater/

Du Pré, R. (2018, 24 januari). Opeens heeft Martin van Rooijen de wind in zijn rug. deVolkskrant, p. 1. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/politiek/opeens-heeft-martin-van-rooijen-de-wind-in-zijn-rug~a4561655/

Michalowitz, Irina (2007). ‘What Determines Influence? Assessing Conditions for Decision- Making Influence of Interest Groups in the EU’,Journal of European Public Policy, 14:1, 132–51

NRC. (2017, 3 november). Shell begon al vroeg met lobby tegen dividendbelasting. NRC, p. 1. Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/03/shell-begon-al-vroeg-met-lobby-tegen-dividendbelasting-13823238-a1579820

Potters, J., & Van Winden, F. (z.j.). Lobbying and asymmetric information. Public Choice, 1992(74), 26969-292. Geraadpleegd van https://rd-springer-com.ezproxy.leidenuniv.nl:2443/article/10.1007/BF00149180

 

De Haagse politiek aan het toneel?
Michiel Steegers

Is de Haagse politiek niet net een groot theater waarbij het publiek alleen het podium op kan kijken, maar geen zicht heeft op wat er zich allemaal achter de coulissen afspeelt? Is het debat niets meer dan een set goede acteurs met licht en geluid en een goed gerepeteerde tekst? Naar wie luisteren we nu precies wanneer de politiek 24 aanzetten, de politici of de regisseur? Met andere woorden hoe sterk is de invloed van lobbyisten op het Haagse politieke toneel?

Dat lobbyisten invloed hebben op de politiek valt binnen de Nederlandse traditie van polderen moeilijk te ontkennen. Hoewel het poldermodel piept en kraakt is het nog steeds zeer relevant (Heune, 2016; Bos, Dennis, Maurits Ebben & Henk te Velde, 2007). Het zit historisch in de aard van de Nederlander om samen te werken door bijvoorbeeld de eeuwenoude strijd tegen het water, maar ook door de instituties die uit deze geschiedenis van samenwerken zijn voortgekomen, zoals bijvoorbeeld de SER (Blyth, 2007; Heune, 2016). Dit instituut, waar bij Wet gepolderd mag worden, vormt vandaag de dag een van de belangrijkste vergaderingen op sociaaleconomisch gebied en is onder lobbyisten breed bekend (Lendering, 2005). De regering, en daarmee ook de Tweede Kamer, nemen de akkoorden van de SER in de meeste gevallen over omdat de maatschappelijke steun daarmee bijna altijd gegarandeerd is (Heune, 2016). Immers, welke acteur wil nu niet geliefd zijn door zijn publiek? Dit brengt mij op een tweede argument om aan te nemen dat de invloed van lobbyisten wel degelijk aanwezig is. Een kamerlid is een gekozen volksvertegenwoordiger die, net als de acteur, in de smaak moet vallen bij zijn publiek om te kunnen overleven (Raad voor Openbaar Bestuur, 2007). Hiervoor heeft de parlementariër uiteraard informatie nodig om de kiezer of een specifieke sector, goed te kunnen bedienen. Lobbyisten voorzien vaak in deze informatie, omdat ze kenners en/of vertegenwoordigers zijn op specifieke gebieden en soms ook veel langer met een sector bekend zijn dan Kamerleden (Blyth, 2007). Dit creëert een zekere mate van afhankelijkheid die de Kamerleden hebben ten opzichte van de lobbyisten en dat maakt de lobbyist invloedrijk.

Echter, of daarmee de invloed van lobbyisten allesbepalend is valt te betwijfelen. Dit in de eerste plaats omdat Kamerleden weinig tijd en ondersteuning hebben en daardoor niet veel informatie tot zich nemen, of zich houden aan de status quo (Baumgartner, 2009). Het is dan maar de vraag of de lobbyist überhaupt de informatie bij het Kamerlid kan krijgen, laat staan deze te overtuigen een ander beleid te gaan voeren. Als tweede valt te beargumenteren dat door de sociale media Kamerleden en bewindspersonen steeds meer in direct contact staan met kiezers, waardoor the middle man, lees: de lobbyist, minder noodzakelijk is geworden of zijn positie in elk geval moet delen met de online community (Guo & Saxton, 2014). Een recent voorbeeld hiervan is de online ‘stop met roken campagne’ die de tabakslobby niet ten goede komt. De maatschappelijke druk kan via social media veel meer tot zijn recht komen en dreigt het roken in zijn geheel de samenleving uit te werken.

Kortom, de mogelijkheden om invloed uit te oefenen als lobbyist zitten als het waren ingebakken in het Nederlands bestuur. Door een geschiedenis van samenwerken en het institutionaliseren van beleidsterreinen is het systeem open en toegankelijk. Lobbyisten kunnen daarnaast zorgdragen voor maatschappelijke steun. Echter, door het tijdsgebrek en een magere ondersteuning kunnen Kamerleden vasthouden aan de status quo en de adviezen van lobbyisten negeren. Daarnaast staan Kamerleden en bewindspersonen steeds meer in direct contact met de kiezer door de komst van social media. De lobbyist ziet hierdoor de aandacht van zich afglijden. De acteur is dus beïnvloedbaar, maar speelt ook zeker zijn eigen spel.

Referenties

Baumgartner, Frank R (2009). Lobbying and policy change: who wins, who loses, and  why. Chicago: University of Chicago Press.
Blyth, Mark (2007). Powering, puzzling, or persuading? The mechanisms of building institutional orders. International Studies Quarterly 51 (4): 761-777.
Bos, Dennis, Maurits Ebben en Henk Te Velde, red. (2007) Harmonie in Holland: het  poldermodel van 1500 tot nu. Amsterdam: Bert Bakker.
Guo, Chao & Saxton, Gregory D. (2014). Tweeting Social Change: How Social Media  Are Chanhing Nonprofit Advocacy. Pennsylvania: University of Pennsylvania press.
Heune, M. (2016). Nog steeds een mirakel? De legitimiteit van het poldermodel in de eenentwintigste eeuw (eerste druk). Amsterdam: Amsterdam University Press.
Lendering, Jona (2005) Polderdenken. De wortels van de Nederlandse overlegcultuur. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep.
Raad voor het Openbaar Bestuur (2007). Binnenhof van binnenuit. Tweede Kamerleden over het functioneren van de Nederlandse democratie. Den Haag: Raad voor het            Openbaar Bestuur.

 

De impact van lobbyisten

Leonor Corte Real

Introductie

Ondanks dat het Nederlandse kabinet in 2016 aangekondigd heeft het wetgevingsproces omtrent lobbyen inzichtelijker te willen maken, blijven de Nederlandse lobbyactiviteiten in eigen land vrijwel onzichtbaar. Dit, terwijl voldoende openbare informatie beschikbaar is over de actieve rol van de Nederlandse bedrijfslobby’s in het buitenland. Zowel in de Europese Unie als de Verengde Staten, spelen Nederlandse multinationals een belangrijke rol in het lobbyproces (Van der Lugt, 2016). Hoe zit het met de invloed van de lobbyisten binnen Nederland? Is deze groot, of juist gering?

Waarom lobbyisten zeer invloedrijk zijn:

Ten eerste is het Nederlandse maatschappelijke middenveld is relatief breed, waardoor belangengroepen een grote impact hebben op de Nederlandse beleidsvorming. Het Nederlandse maatschappelijke middenveld bestaat onder andere uit maatschappelijke organisaties zoals zorg- en onderwijsinstellingen. Daarnaast zijn vrijwilligers- en belangenorganisaties actief in het Nederlandse maatschappelijke middenveld. Al deze organisaties hebben belang bij de beleidsvorming van de Nederlandse overheid. Derhalve is het belangrijk dat deze worden vertegenwoordigd bij beleidsvorming van de Nederlandse overheid (Berkhout & Hanegraaff, 2017).

Daarnaast is het budget van de Nederlandse Kamer klein, waardoor de Nederlandse politiek zeer afhankelijk is van de imput en expertise van lobbyisten van buitenaf (Van Huijgevoort, 2015). Daartegenover staat dat er circa 5.000 tot 25.000 professionele lobbyisten door de Haagse wandelgangen lopen. Hiervan vertegenwoordigt het grootste deel commerciële belangen (Lobbywatch, z.j.).

Beleidsvorming bestaat uit 6 verschillende fasen: respectievelijk de agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsuitvoering, beleidsevaluatie en ten slotte de terugkoppeling en heroverweging (Rosenthal et al, 1996). Hierbij geldt: wie om de tafel zit, en wie wanneer aan de beurt is, beïnvloedt de uitkomst van het beleidsproces (Rosenthal et al, 1996). Bedrijven en organisaties beginnen met het lobbyen zodra een wetsvoorstel speelt. Dit gebeurt zowel formeel als informeel, wat effect heeft op de transparantie (Van Huijgevoort, 2015).

Niet alleen het brede maatschappelijke middenveld, maar ook de weinige middelen van de Nederlandse Kamer om expertise te verkrijgen op alle beleidsterreinen, maakt de impact van lobbyisten op de Nederlandse beleidsvorming aanzienlijk groot. Daarbij is lobbyen, net als politiek, een strategisch proces. Dit kan leiden tot nauwere connecties tussen lobbyisten en politici, die strategisch kunnen werken aan een bepaald overheidsbeleid (Berkhout & Hanegraaff, 2017).

Dit is terug te zien in de voedsellobby. Hoewel bescherming van de volksgezondheid een overheidstaak is, zijn de economische belangen van handel op het gebied van voedsel uitermate belangrijk voor de Nederlandse overheid. Als voorname voedselexporteur, geeft Nederland middels zelfregulering macht aan de voedselindustrie. Dit resulteert tot een grotere invloed van de voedsellobby op het Nederlandse voedselbeleid (Maarhuis, 2017).

Waarom lobbyisten niet altijd invloedrijk zijn:

Dat het Nederlandse maatschappelijke middenveld breed is, heeft ook een tegengesteld effect op de invloed van lobbyisten. De input van het grote aantal verschillende belangengroepen en lobbyisten op het beleidsproces, vergroot de competitie met andere belangengroepen en lobbyisten. Dit creëert een gebalanceerd en beperkte impact van lobbyisten op het beleidsproces (Berkhout & Hanegraaff, 2017).

Hierbij is wel belangrijk om te bekijken op welk beleidsterrein een vraagstuk speelt: de aandacht en competitie van lobbyisten verschilt per beleidsterrein. De oververtegenwoordiging van commerciële lobbyisten in Den Haag, creëert een imbalans in de vertegenwoordiging van lobbyisten op de verschillende beleidsterreinen (Lobbywatch, z.j.). Ondanks dat de commerciële lobbyisten relatieve invloed uitoefenen, verkleint dit de invloed van lobbyisten uit het maatschappelijk middenveld.

Recente stakingen van basisschooldocenten voor hogere lonen illustreren dit. Lerarencollectief PO in Actie had hierbij geen makkelijke positie. De weinige commerciële winstoogmerken die op dit gebied te behalen zijn, maken dit lobbyproces incrementeel. PO in Actie stelt dat er richting het regeerakkoord is gelobbyd, maar dat hierna het echte proces pas begint (Keultjes, 2017). Dit toont aan hoe lastig en langzaam het beïnvloeden van beleid voor een maatschappelijke organisatie kan zijn.

Daarnaast is het belangrijk in acht te nemen dat het beleidsproces een incrementeel proces is met verschillende fasen. Vooral bij de agendavorming oefenen lobbyisten invloed uit op het overheidsbeleid. Het is echter lastig voor lobbyisten om deze invloed te behouden in de volgende ‘’rondes’’. Het moment waarop beleid officieel wordt gecreëerd en vastgesteld, is niet hetzelfde moment als wanneer lobbyisten om de tafel zitten (Rosenthal et al, 1996). Lobbyisten zijn zelf immers geen politici, dus kunnen geen wetsvoorstellen of stemmingen doen. Lobbyisten kunnen hoogstens politici zodanig informeren en beïnvloeden, om hun deelbelangen aan politci over te brengen. Of de politicus handelt in overeenstemming met het advies van de lobbyist, bepaalt de politicus nog altijd zelf.

Conclusie

Kortom, zorgt het brede maatschappelijke middenveld in Nederland dat lobbyisten een aanzienlijke rol spelen bij de beleidsvorming. Daarnaast maken de weinige expertise-middelen van de Nederlandse Kamer, de invloed van lobbyisten groter.

Daartegenover staat dat de hoge activiteit van lobbyisten in Nederland juist tot concurrentie leidt en daarmee hun impact beperkt. Ten slotte is beleid maken een incrementeel proces, en verschilt de impact van lobbyisten per ronde.

Referenties

Berkhout, J., & Hanegraaff, M. (2017). Belangengroepen en sociale bewegingen. In W. van der Brug, E. Heemskerk, M. Maussen, A. Hakhverdian, L. Brans, T. Kuhn (Reds.), Politicologie en de veranderende politiek (pp. 191-213). Amsterdam, Nederland: Philip van Praag.

Keultjes, H. (2017, 18 oktober). Waarom de leraren wél een succeslobby voerden. Geraadpleegd op 20 februari 2018, van https://www.ad.nl/politiek/waarom-de-leraren-weneacute-l-een-succeslobby-voerden~a0381ab8/

Lobbywatch. (z.j.). Voor ethisch verantwoorde belangenbehartiging in het publieke besluitvormingsproces. Geraadpleegd op 20 februari 2018, van http://lobbywatch.nl/

Maarhuis, N. (2017, 16 oktober). Voedselbedrijven lopen Brussel en Den Haag helemaal plat. Geraadpleegd op 20 februari 2018, van https://www.ftm.nl/artikelen/de-voedsellobby-schaadt-de-gezondheid-wat-gaan-we-er-aan-doen?share=1

Van Huijgevoort, S. (2015, 7 november). Zo beïnvloeden lobbyisten de Tweede Kamer. Geraadpleegd op 20 februari 2018, van https://www.rtlnieuws.nl/geld-en-werk/zo-beinvloeden-lobbyisten-de-tweede-kamer

Van der Lugt, P. (2016, 8 juli). Nederlandse multinationals spenderen miljoenen aan lobby-activiteiten. Geraadpleegd op 20 februari 2018, van https://www.ftm.nl/artikelen/nederlandse-multinationals-geven-miljoenen-uit-aan-lobby-activiteiten?share=1

Rosenthal, U., ’t Hart, P. Ringeling, A. B., & Bovens, M. A. P. (1996). Openbaar bestuur: beleid, organisatie en politiek (5e ed.). Alphen aan den Rijn, Nederland: Samson.

 

De realiteit van bestuurlijke invloed
Daniel Leseman

Na de bekendmaking van het plan van kabinet Rutte III om de dividendbelasting te verlagen, laaide de discussie over de invloed van lobbyisten op. Deze verlaging zou het eindproduct zijn geweest van een succesvolle lobby van grote bedrijven (van de Wiel, 2017). De invloed van lobbyisten op het beleidsproces wordt echter al langer behandeld in de media en in de academische wereld. De meningen verschillen echter over de daadwerkelijke invloed van lobbyisten. Deze blog-post gaat daarom in op de vraag waarom lobbyisten wel of niet invloedrijk zijn.

Ten eerste hebben lobbyisten invloed door hun relaties met politici en ambtenaren. Door deze relaties kunnen lobbyisten invloed uitoefenen op het beleidsproces. Zo hebben de voorzitters van belangenoflrganisaties ontmoetingen met ministers en zijn medewerkers van belangenorganisaties aanwezig bij hoorzittingen in de Tweede kamer. Om deze reden zijn de meerderheid van de voorzitters van de top-200 belangenorganisaties ook lid van een politieke partij (Broer & Ostendorf, 2017). Deze gegevens geven echter alleen de formele ontmoetingen van politici en lobbyisten weer. Het is onduidelijk hoeveel informele ontmoetingen er tussen politici en lobbyisten zijn, hierdoor zou de invloed van lobbyisten groter kunnen zijn dan gedacht.

Ten tweede hebben belangenorganisaties organisatorische middelen waarmee ze invloed hebben op het beleidsproces. In de literatuur worden de middelen: geld, legitimiteit, politieke steun, kennis, expertise en informatie onderschreven. De totstandkoming van politieke invloed voor lobbyisten zou vervolgens door een mechanisme van vraag (van politici naar deze middelen) en aanbod (door lobbyisten) tot stand komen (Dür, 2009). Dit proces is echter zeer rationeel. Belangenorganisaties kunnen ook inspelen op een andere dimensie. Andreas Dür (2009, p. 1215) interpreteert het werk van Collignon & Schwarzer (2003) en Beyers (2008) als volgt: “Naast het uitwisselen van middelen, zouden belangenorganisaties ook hun middelen kunnen gebruiken om de overtuigingen, ideeën, cognitieve frames en voorkeuren van publieke actoren te vormen”. Zo zouden ze hun middelen gebruiken om beleidsmakers te overtuigen van de voordelen van bepaald beleid in plaats van te onderhandelen. Het gaat er in zo’n proces dus om dat de lobbyist de juiste ideeën op het juiste moment kan overbrengen op de publieke actoren.

Wanneer we deze visie toe gaan passen op de eerdergenoemde casus van de dividendbelasting zien we het volgende. De lobbyisten van de grote bedrijven zijn erin geslaagd om het idee, afschaffen dividendbelasting, op het juiste moment, tijdens de onderhandelingsfase, in te brengen. Ze waren zelfs dermate succesvol dat de hele cognitieve frames en overtuigingen van de onderhandelaars zijn veranderd naar dit standpunt. Het afschaffen van de dividendbelasting stond immers niet in de verkiezingsprogramma’s van de partijen. Of deze beslissing daadwerkelijk ‘het beste’ is voor de Nederlandse economie valt te nog te bediscussiëren.

Het voornaamste argument tegen de invloed van lobbyisten ligt in de natuur van het beleidsproces. Dit is een incrementeel proces waarbij snelle verandering alleen plaatsvindt onder grote druk. In een onderzoek naar veranderingen in beleidsdossiers kwam naar voren dat in een meerderheid van de gevallen geen verandering over een periode van vier jaar werd bewerkstelligd (Baumgartner et al.,2009). In de woorden van de auteurs: “de meest consistente vondst in ons boek is dat de behouders van de status quo meestal krijgen wat ze willen: geen verandering (Baumgartner et al., p. 242, 2009). 

Ten tweede zien we dat er grote verschillen zijn tussen de agenda’s van de belangenorganisaties en de agenda van de politiek. De data van het eerdergenoemde onderzoek (Baumgartner et al., 2009) laat zien dat de agenda’s van lobbyisten voornamelijk gericht waren op thema’s zoals gezondheidszorg en klimaat, terwijl de politiek meer bezig was met de programma’s van de overheid en internationale samenwerking. Wederom in de woorden van de onderzoekers: “de agenda van lobbyisten is significant verschillend ten opzichte van de agenda van het parlement of van de publieke agenda” (Baumgartner et al., p. 16, 2009).

Ook in de casus van de dividendbelasting is het discutabel of de lobbyisten het punt zelf op de agenda hebben gekregen. Aannemelijker is dat de Brexit en de gevolgen hiervan voor het Nederlandse vestigingsklimaat de aansporing zijn geweest op het punt op de agenda te zetten. Verder gaven de voorzitters van de bedrijven aan dat ze de verlaging van de dividendbelasting al ruim 10 jaar probeerden te bewerkstelligen (Nu.nl, 2017). Dit zou het argument van incrementele beleidsverandering en het behouden van de status-quo ondersteunen.

In conclusie zien we dat de invloed van lobbyisten discutabel blijft. Voorstanders beweren dat lobbyisten veel invloed hebben in het beleidsproces omdat ze de relaties met politici hebben en beschikken over organisatorische middelen. Tegenstanders zouden daar tegenoverstellen dat het beleidsveranderingen zeer incrementeel zijn en het voor de lobbyisten moeilijk blijft om punten op de agenda te zetten.

Naar mijn mening is de invloed van belangenorganisaties op het beleidsproces beperkt. Het beleidsproces is zeer incrementeel en lobbyisten zijn maar een kleine spil in het enorme politieke spel. De argumenten voor de invloed van lobbyisten zijn naar mijn mening niet overtuigend. Procentueel gezien hebben ministers en Kamerleden nog steeds weinig contact met lobbyisten, bovendien hebben belangenorganisaties geen monopolie op de eerdergenoemde machtsbronnen, waardoor hun invloed afneemt. Zo worden politici in Nederland meestal geadviseerd door experts die op persoonlijke titel spreken, in plaats van in naam van een belangengroep. Het idee dat ‘de grote bedrijven Nederland runnen’ zoals door sommigen wordt gesuggereerd, is naar mijn mening niet houdbaar.

Literatuurlijst

Baumgartner, F. R., Berry, J. M., Hojnacki, M., Kimball, D. C., & Leech, B. L. (2009). Lobbying and Policy Change: Who Wins, Who Loses, and Why. Geraadpleegd van https://blackboard.leidenuniv.nl/bbcswebdav/pid-4210759-dt-content-rid-5224839_1/courses/6452132-BSK-1718FGGA/BaumgartnerEtal_LobbyingandPolicyChange_chapter1.pdf

Beyers, J. (2008). ‘Policy Issues, Organizational Format and the Political Strategies of Interest Organizations’. West European Politics, 31(6), 1188-1211.

Broer, T., & Ostendorf, C. (2017, 22 december). De macht van de Haagse lobbyclubs. Geraadpleegd op 17 februari 2018, van https://www.vn.nl/lobbyclbs-schaduwmacht/

Collignon, C., & Schwarzer, D. (2003). Private Sector Involvement in the Euro: The Power of Ideas. Londen, UK: Routledge.

Dür, A. (2009). Interest Groups in the European Union: How Powerful Are They? West European Politics, 31(6), 1212-1230. Geraadpleegd van https://blackboard.leidenuniv.nl/bbcswebdav/pid-4210756-dt-content-rid-5224837_1/courses/6452132-BSK-1718FGGA/Dur_Interest%20groups%20in%20the%20EU%20How%20powerful%20are%20they.pdf

Nu.nl. (2017, 19 december). Oppositie vraagt Shell en Unilever tevergeefs naar invloed dividendmaatregel. Geraadpleegd op 18 februari 2018, van https://www.nu.nl/politiek/5049854/oppositie-vraagt-shell-en-unilever-tevergeefs-invloed-dividendmaatregel.html

Van de Wiel, C. (2017, 10 november). Dividendbelasting blijft nog even trending. Geraadpleegd op 17 februari 2018, van https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/10/dividendbelasting-blijft-nog-even-trending-a1580700

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments