Governance and Global Affairs Blog

Studenten perspective: Lobbyen op het Haagse binnenhof. Wanneer invloedrijk en wanneer niet?

Studenten perspective: Lobbyen op het Haagse binnenhof. Wanneer invloedrijk en wanneer niet?

In de wetenschappelijke literatuur is er veel discussie over de impact van lobbyisten. Waarom zijn ze in sommige omstandigheden heel invloedrijk, en hebben ze in andere situatie weinig tot geen impact op politieke beslissingen?

In een aantal blogs laten we vier studenten aan het woord die voor het vak Public Affairs (Bachelor Bestuurskunde) van Dr. Bert Fraussen de opdracht kregen een blog te schrijven over dit thema, waarbij ze dit vraagstuk vanuit verschillende invalshoeken benaderen.

Deze keer: Stéphanie de Groot over Lobbyen op het Haagse binnenhof. Wanneer invloedrijk en wanneer niet?

Transparantie is niet het eerste waar je aan zou denken bij het woord lobbyen. Dat heeft een goede reden. Culpepper (2010), hoogleraar aan Oxford University, stelt zelfs dat grote bedrijfslobbyisten gebaat zijn bij onopvallendheid. Het is op deze manier lastig te controleren hoeveel invloed lobbyisten hebben op het Haagse binnenhof. Follow The Money (2018), een Nederlandse site voor onderzoeksjournalistiek heeft de casus van de Dutch Trade and Investment Board (DTIB) bekeken. Dit is een organisatie opgericht in 2004, dat vooral veel aan tafel zit bij ontwikkelingszaken. Het ledenbestand bestaat uit verschillende staatssecretarissen en ministers (vooral economische en buitenlandse zaken), belangenorganisaties zoals VNO-NCW en private bedrijven zoals Shell. Later werd het ISO. Follow The Money (2018) heeft onderzocht dat zij al 13 jaar meeschrijven aan beleid voor de Nederlandse staat op het gebied van ‘internationale actieve ondernemers’. Zou onopvallendheid hiervoor de reden zijn, of is er meer aan de hand? 

Hoogleraar Culpepper (2010), stelt dat hoe onopvallender de lobby, hoe effectiever. Hij noemt dit ‘quiet politics’. Uit verschillende interviews met leden van de DTIB, gevoerd door journalisten van FTM, is de insteek gebleken: ‘zo onopvallend mogelijk opereren’. Op deze manier hebben zij de meeste invloed op beleidsmakers. Zodra een casus in de media verschijnt kan een bepaalde sfeer ontstaan. Mensen vinden er wat van. Daar moet je mee oppassen (Rasmussen, 2014). Bovendien zijn beleidsmakers gebaat bij de kennis die bedrijven hebben. Zodra de media er lucht van kunnen krijgen hebben beleidsmakers ‘little to gain and much to lose,’ (Rasmussen, 2014, p. 5). Een andere reden voor de onopvallendheid is dat bedrijven sterk lobbyen voor ‘saaie’ en ‘oninteressante’ zaken, waar de media niet geïnteresseerd in is (Culpepper, 2010; Rasmussen, 2014). Op deze manier kunnen bedrijven meer invloed uitoefenen buiten het kijkveld van de burgers om. Het gezegde ‘kennis is macht’ is op deze casus erg goed van toepassing.

Echter, onderschat niet de ‘macht van het getal’. Het tegenovergestelde van onopvallendheid is ook een zeer invloedrijke vorm voor lobbyisten. Culpepper (2010) noemt dit ook wel ‘noisy politics’. Hét Nederlandse voorbeeld is de lobby van de belangenorganisatie PO in Actie. Van Schendelen (professor aan Erasmus Universiteit Rotterdam: instituut bestuurskunde, ookwel de ‘lobbygoeroe’) vindt het knap dat een ‘te laat’ begonnen lobby, toch nog geld heeft weten te ontvangen van beleidsmakers (Keultjes, 2017). Dit is te danken aan de media-aandacht dat PO in Actie heeft gekregen. Media-aandacht is ook één van de speerpunten van de organisatie, valt op de site te lezen. Een verslag wordt bijgehouden van verschillende notaties in dagbladen, televisie, radio en wereldnieuws. De PO in Actie lobby is een voorbeeld voor veel anderen (Keultjes, 2017). Culpepper (2010) legt in zijn artikel dus twee goede manieren uit van een invloedrijke lobby, namelijk quiet en noisy politics. Van Schendelen (2017) verwerpt deze tactieken niet, maar ziet veel mis gaan in de Nederlandse lobby en waarom lobbyisten soms geen invloed hebben. Ten eerste is timing erg belangrijk om invloedrijk te zijn op het Haagse binnenhof (Van Schendelen, 2017). Zoals Van Schendelen al opmerkte: ‘te laat’ beginnen met lobbyen heeft geen zin (Keultjes, 2017). Dit heeft te maken met het feit dat veel beslissingen al vastliggen als de agendavormingsfase geweest is. Wanneer lobbyisten in de beslissingsfase inspringen, heeft dat geen zin meer. Van Schendelen (2017) haalt het voorbeeld van de Nederlandse Spoorwegen aan. Zij zijn bang om in 2025 overgenomen te worden door Europese aanbieders, maar goed lobbyen en kansen grijpen doen zij niet. Ten tweede is de invloed van een lobbyist gering wanneer hij zich niet kan groeperen (Van Schendelen, 2017). Hier komt weer de macht van het getal bij kijken, maar ook de macht van kennis. Hoe meer lobbyisten, hoe meer kennis. Wanneer een lobbyist dit niet goed inricht, is hij in lobbyland een toerist: geen invloed, whatsoever (Van Schendelen, 2017).

Om af te sluiten. Er is niet één manier van een invloedrijke lobby hebben. Het is belangrijk om bij een lobby na te gaan welke aanpak het effectiefst is. De specifieke kennis die bedrijven bezitten, stellen hen instaat om buiten de burgers om hun belangen beter vertegenwoordigt te zien in het beleid, dan als zij in het publieke oog opereren. Mensen op de been krijgen en demonstreren in het Zuiderpark is ook een erg invloedrijke lobby-strategie, wanneer je juist de macht van het getal wil laten klinken. Hoe een lobby ook vorm krijgt, de meeste lobbyisten hebben invloed op het Haagse binnenhof. Niet-invloedrijke lobby’s liggen niet aan de eigenwijsheid van beleidsmakers maar aan de onkunde van lobbyisten.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments