Governance and Global Affairs Blog

Studenten perspective:‘Je bent wie je kent’ – de invloed van Nederlandse belangenvertegenwoordigers

Studenten perspective:‘Je bent wie je kent’ – de invloed van Nederlandse belangenvertegenwoordigers

De invloed van lobbyisten

In de wetenschappelijke literatuur is er veel discussie over de impact van lobbyisten. Waarom zijn ze in sommige omstandigheden heel invloedrijk, en hebben ze in andere situatie weinig tot geen impact op politieke beslissingen?

In een aantal blogs laten we vier studenten aan het woord die voor het vak Public Affairs (Bachelor Bestuurskunde) van Dr. Bert Fraussen de opdracht kregen een blog te schrijven over dit thema, waarbij ze dit vraagstuk vanuit verschillende invalshoeken benaderen.

Deze keer Haije Dijkstra – ‘Je bent wie je kent’ – de invloed van Nederlandse belangenvertegenwoordigers. 

In 2013 liet het televisieprogramma Rambam zien dat het mogelijk was om met de hulp van een professionele lobbyist een Kamerlid Kamervragen te laten stellen, gebaseerd op valse informatie (VARA, 2013). Hoewel er hier sprake is van anekdotisch bewijs voor de kracht van lobbyen, bied de uitzending wel een interessant inzicht in commerciële belangenbehartiging. Daarnaast roept het ook de vraag op in welke mate lobbyisten invloedrijk zijn. Daarbij wordt invloed gedefinieerd als een proces waarin partij A het voor elkaar krijgt om partij B iets te laten doen, wat B anders niet zou doen (Dahl, 1957). 

De door Rambam ingehuurde lobbyist beschrijft het vertegenwoordigen van belangen als een oliespuitje: “ik zorg dat de machine draait, of dat er juist zand in de machine komt” (VARA, 2013). De risico’s en kansen bij beleidsveranderingen zijn groot, maar voor een lobbyist is het moeilijk om beleidswijzigingen af te dwingen. Uit onderzoek naar de Amerikaanse politiek blijkt dat met name de verdedigers van de status quo winnen in Washington (Baumgartner et al., 2009). Een lobbyist heeft beperkte invloed wanneer hij de machine wil laten draaien. Deze inefficiëntie wordt door Baumgartner ook wel ‘the dirty little secret’ van lobbyen genoemd. Volgens Lowery (2013) blijft die inefficiëntie een publiek geheim. Onderzoeken die aantonen dat lobbyen niet effectief is, worden niet interessant genoeg geacht om gepubliceerd te worden.

Uit het status quo argument vloeit nog een tweede argument voort waarom lobbyen niet invloedrijk is. Lobbyisten praten vooral met partijen die aan hun zijde staan. Daarvan geeft de lobbyist in de uitzending van Rambam een voorbeeld: “het is een publiek geheim dat alles wat Greenpeace stuurt naar Groenlinks, daar wordt de header van veranderd en regelrecht gaat dat naar het kabinet toe” (VARA, 2013). Xander van der Wulp van de NOS (2018) geeft aan dat op de Binnenhof BBQ (een promotielobby van de vleesindustrie) met name Kamerleden van landbouwpartijen als VVD en CDA aanwezig zijn. Een lobbyist gaat niet naar een politicus om hem/haar te overtuigen, maar om aansluiting te zoeken bij belangen van een organisatie. Het draait dus met name om al bestaande netwerken (Beyers & Braun, 2014). De invloed van belangenbehartiging is hierdoor beperkt, omdat een lobbyist aansluiting zoekt bij een politicus die dat beleid daarvoor ook al wilde maken.

Lobbyisten hebben wel een wapen in handen: specifieke kennis en informatie. De lobbyist van Rambam zegt daarover: “Het grappige is dat dat nu heel veel mensen die nieuw in de kamer komen, juist naar lobbyisten toekomen, omdat wij een schat aan informatie hebben” (VARA, 2013). Er is hierbij sprake van informatieasymmetrie. Een lobbyist kan interessante informatie delen met een beleidsmaker, maar kan ook bepaalde informatie achter houden (Potters & van Winden, 1992). Informatieverstrekking wordt door Dür (2008) beschreven als een vorm van vraag en aanbod: de invloed van lobbyisten over beleidsuitkomsten hangt af van de capaciteit van de lobbyist om aan te bieden, en de vraag van beleidsmakers van informatie. Een succesvolle lobby wordt vaak gezien als het leveren van bruikbare informatie aan een beleidsmaker (Fraussen & Braun, 2018).

Naast het kunnen bieden van informatie is ook het netwerk van lobbyisten een middel om invloed uit te oefenen. De lobbyist van Rambam zegt daarover: “je bent wie je kent” (VARA, 2013). Dit zien we ook terug in onderzoek naar lobbyisten: meer dan vijftig procent van de belangenbehartigers in Den Haag is politiek actief geweest (Sachtleven, 2017). Oud-Kamerleden mogen hun kamerpas houden, waardoor het gemakkelijk is om in het besloten gedeelte van het Kamergebouw te komen (van de Wiel, 2018). Daarnaast hebben ze veel inzicht in het verloop van besluitvormingsprocessen (Lapira & Thomas, 2017). Niet alleen de kennis over het besluitvormingsproces en de expertise over het onderwerp is relevant, maar ook het uitgebreide netwerk van beleidsmakers is belangrijk voor organisaties die beleid willen beïnvloeden (Lapira & Thomas, 2017). Door dat netwerk kan informatie niet alleen formeel, maar ook informeel gedeeld worden.

De vergelijking die een lobbyist maakte met een oliespuitje is treffend voor de belangenvertegenwoordiging. Voor een lobbyist is het moeilijk om daadwerkelijk beleidsveranderingen af te dwingen: zorgen dat de motor draait is lastiger dan zand in de motor strooien. Naast dat de status quo bijna altijd wint, laten ook Kamerleden zich amper overtuigen van standpunten. Lobbyisten zoeken aansluiting bij partijen die bepaald beleid zonder lobbyisten ook zouden steunen. Toch hebben lobbyisten middelen in handen om wel invloed uit te oefenen en de motor te laten draaien. De schat aan specifieke informatie en procedurele kennis zorgt ervoor dat Kamerleden zelfs naar lobbyisten toe komen. Daarbij kunnen lobbyisten zelf kiezen welke informatie ze wel of niet delen. Ook het grote netwerk van lobbyisten speelt een rol: door politiek ervaring weten lobbyisten hoe het spel werkt. Zo kunnen ze toch invloed uitoefenen op de Haagse motor.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments